Kerk zijn in tijden van…

Houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.’  Hebreeën 13:1,2

Wat staat ons als plaatselijke gemeente te doen in deze tijd? Er worden allerlei ideeën gedeeld over kerk-zijn in deze tijd, maar soms is het wat té veel van het goede. Ik zoek naar focus, naar eenvoud, en ging te rade bij ons beleidsplan. We hebben nog maar kortgeleden een Bijbeltekst uitgekozen, die zo goed bij onze gemeente past. ‘Houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.’  Hebreeën 13:1,2 We voegden eraan toe: ‘We geven gehoor aan deze aansporing uit de Bijbel, om de onderlinge liefde te koesteren en gastvrij te zijn naar wie er op ons pad komt. We geloven dat God ons tegemoetkomt.’

De uitdaging is nu om die liefde in stand te houden, met alle beperkingen die nu gelden. Om gastvrij te zijn, of, om te zorgen voor herbergzaamheid, ook in deze onherbergzame, unheimische tijd. En om te blijven hopen en geloven op het ongedachte, op God die zich laat vinden, ook waar wij het niet verwachten.

Dus wat staat ons dan als christelijke gemeente te doen, voor elkaar, voor onze omgeving, voor onszelf, en lukt dat ook? We zorgen allereerst voor eenvoudige online vieringen. Omdat we tijdens een viering even worden stilgezet, even kunnen bidden en onze zorgen weg kunnen zuchten. We richten ons op God, maar we hebben ze vooral zélf nodig, laten we eerlijk zijn. In gedachten noem ik ze ‘noodvieringen’ en ik maakte een ‘noodorde’. We nemen ze op in de lege boerderij waar we normaalgesproken samenkomen, en dat is steeds opnieuw confronterend. Het zijn geen super hippe of ontzettend goed gelukte kerkdiensten. Het zijn eenvoudige, korte vieringen, voor gemeenteleden en wie het maar wil horen. Waarin de vertrouwde stemmen en instrumenten klinken, waarin we bidden voor wat je in wilt brengen, we lezen uit de Bijbel en voegen daar een paar gedachten aan toe. Je kunt meezingen met één of twee stemmen die het ook met liefde vóór je willen zingen. Soms klinkt er een poplied, zoals we gewend zijn. Met een ‘tip voor de komende tijd’ van een gemeentelid en de zegen sluiten we af.

De kinderen ontmoeten elkaar wekelijks via een online meeting. Het is fijn dat de kindernevendienstleiding dit voor elkaar krijgt, en kinderen en hun ouders maken er dankbaar gebruik van. Ook de tieners hebben elkaar inmiddels een keer online ontmoet. En misschien gaat het ook wel lukken voor de Taizévieringen of de meditatiegroep. En verder geldt, thuis kun je altijd bidden of zingen of uit de Bijbel lezen. Daar heb je de dominee niet voor nodig. God hoort je, gegarandeerd. Hij wacht en luistert of wij iets zeggen, hij hoort je zuchten en kent je verlangens. Hij is dichtbij.

Daarnaast. We zorgen voor elkaar, tenminste, dat proberen we. Dus we bellen. Dat is behelpen, want we missen elkaar en soms versterkt het (beeld)bellen het missen alleen maar. Dus soms, als de nood echt hoog is, dan zoeken we iemand op, op 1,5 m afstand. En dan ben je allebei bang en bezorgd, omdat het leven zo zwaar valt en we niet weten hoelang het gaat duren.

Natuurlijk zorgen we ook in praktische zin voor elkaar en voor mensen uit onze wijk, die bij ons aankloppen of via nietalleen.nl aan ons gekoppeld worden. Dus er worden wat extra boodschappen gedaan. We ondersteunen de voedselbank en blijven de diaconale projecten doen die we al deden, voor zover mogelijk. En we sturen kaartjes, naar elkaar, want we willen zo graag ‘iets’ doen en we missen elkaar. De kaartjes gaan naar ouderen en mensen die hun huizen niet uit mogen, die ons vervolgens mailen met een ‘dankjewel voor de prachtige kleurplaat’, of die opbellen met een ‘hoe gaat het eigenlijk met jou?’.

En we zitten onszelf in de weg. We maken ons zorgen. Nu eens samen, dan weer alleen. ‘Ik heb een baalweek’, mailde iemand me, en ik kon alleen maar reageren met ‘hier valt het ook tegen’. Want er wordt gehuild, alleen en soms ook samen. Omdat we ons zorgen maken, of, omdat mensen afscheid moeten nemen van hun geliefde. Mensen overlijden zo snel, en in het ziekenhuis zijn ze alleen, en ook in de verpleegtehuizen. We vrezen het virus, voor onszelf omdat we kwetsbaar zijn, of voor onze ouders of geliefden. We zijn bang, er is paniek, om banen, om perspectief, en ook zijn we bang voor de angst, dus we drukken die weg. En dan liggen we wakker. En we zijn soms domweg ongelukkig, de feesten gaan niet door, de vrolijke avondjes uit niet, iemand gaat stilletjes met pensioen, afscheid wordt uitgesteld, kinderen missen hun vriendinnen en vrienden, jongeren des te meer, en we zitten op elkaars lip in onze huizen. Banen vragen heel veel van ons, zeker in combinatie met kinderen thuis. Voor sommigen is het nu hollen, voor anderen stilstaan. Hoelang gaat dit duren? Hoe houden we dit vol?

Maar gelukkig schijnt de zon uitbundig. Het maakt dat we, als het even kan, een ommetje lopen. ‘Als alles duister is, ontsteek dan een licht’, zingen we, en op zondag steken we een kaars aan, maar wat is het fijn dat de zon elke dag staat te schijnen, als om te zeggen ‘kijk, er is licht, er is hoop, vertrouw er maar op.’ En zo worden we uit onverwachte hoek bemoedigd. Door de zon die schijnt. Door de ouderen die ons mailen. Door een gemeentelid in quarantaine aan de telefoon: ‘We houden elkaar vast!’ Door de vlaggenlijn die wappert aan de boerderij met een ‘hou vol!’ Een nuchtere ‘tip voor de komende tijd’ van een gemeentelid luidde: ‘Hou vast aan de hoop dat het normale leven uiteindelijk terugkomt. En wees niet te streng voor jezelf. Ook als je werk hebt, gezond bent en je geliefd en gezien weet, mag je best een baaldag hebben in deze crisis…’ Een ander zong ons toe bij de opname van een viering in die stille boerderij de Hoef: ‘We’ll meet again…’

Zo balanceren we als gemeente tussen hoop en vrees, we zoeken een liefdevolle weg met en voor elkaar ondanks de beperkingen en we proberen iets van herbergzaamheid te creëren voor onszelf en onze wijkgenoten in deze nieuwe, vreemde wereld. ‘Kom ons tegemoet, God’, dat is ons gebed, ‘hoe dan ook, wanneer dan ook, en, geef ons vertrouwen’.

Marije Karreman, predikant Protestantse gemeente Leidsche Rijn, boerderij de Hoef.