Op weg naar Pasen, maart 2021.

Bericht aan de gemeente.

Help me!’ Hoe vaak heb je dat gedacht of verzucht in het afgelopen jaar? Alweer een jaar leven we met corona, en met alle veranderingen, maatregelen en onzekerheid. Ons leven is veel minder zorgeloos geworden, en soms denken we met weemoed terug aan hoe het was. Ik zou soms wel even uit willen breken, even terug in de tijd, of juist fast forward vooruit naar betere tijden. Maar dat kan niet. We leven hier en nu, in deze tijd.

De tijd voor Pasen is van oudsher een tijd van vasten en bezinning. Nu is ze dat eens te meer. Al maanden moeten we ons inhouden, worden we beperkt. Je zou het met vasten kunnen vergelijken. En dat zorgt er automatisch voor dat we nadenken over het leven, dat we ons bezinnen. Er bekruipen ons grote vragen: namen we voor corona alles te veel voor lief? Wil deze tijd ons iets leren? Maar ook, hoe houd ik me staande, hoe houd ik het uit? Waar kan ik nog naar uitzien? En ook kennen we zorgen, om geliefden die ziek worden of moesten we afscheid nemen van dierbaren.

Onder steen bedolven lijkt de liefde Gods. Rest haar niets dan rusten in de harde rots?’ (Liedboek 625:2, John Macleod Campbell Crum/vertaling Sytze de Vries). Dit lied uit het Liedboek geeft de dubbelheid weer, die ook onze tijd kenmerkt. Al het mooie lijkt wel bedolven, en in slaap. En waar is Gods liefde eigenlijk? Waar is God in dit alles? ‘Help ons!’ Die uitroep kunnen we bedenken en verzuchten. Als Jezus sterft zitten de hoofden van zijn leerlingen ook vol met vragen en angst over de toekomst. Het lied zingt verder: ‘Diep in het graf is hij de weg gegaan van het zaad dat stervend nieuw ontkiemt tot graan.’

In de tijd voor Pasen vasten we en bezinnen we ons, terwijl we weten en ons daaraan vasthouden dát het Pasen wordt. Het licht breekt dwars door alles heen. Jezus sterft en alles stort in, maar dwars door de dood ontstaat nieuw leven. Hij staat op uit de diepte. We zingen het uit met Pasen: ‘Christus onze Heer verrees, halleluja!’ We zingen het uit en met dat we dat doen, houden we ons daaraan vast. Er is er één, God zij dank, die vóór ons uit een weg baande. Hij, Jezus, kent het lijden, de angst en eenzaamheid die ook nu voor ons zo dichtbij kan zijn, en is ons in dat lijden, in die angst en eenzaamheid, nabij. En hij laat zien dat er een uitweg is. Alsof iemand het ons influistert: er kan meer worden gerepareerd dan je denkt…

In de gemeente van Christus houden we ons vast aan dit vertrouwen, dat er hoop is, dat er licht is, hoe donker en onzeker alles ook kan zijn. We bidden ook om moed en kracht om deze tijd door te komen. En we proberen er voor elkaar te zijn, en ook open ogen en oren te houden voor de wereld om ons heen en voor wat we voor anderen kunnen betekenen.

En, als het straks Pasen is, vertellen we elkaar de boodschap van de vrouwen bij het geopende graf, en zodra we weer kunnen zingen (Liedboek 642:1, Novalis/vertaling Ad den Besten) zullen we dat niet laten: ‘Ik zeg het allen dat Hij leeft, dat Hij is opgestaan, dat met zijn Geest Hij ons omgeeft waar we ook staan of gaan.’

Namens het Pastoraal team, Ds Marije Karreman

Reacties zijn welkom. Mail predikant@kerkenindehoef.nl of bel 06 58830101