Over het gemeenteleven – oktober 2018

We lazen in de eerste kerkenraadsvergadering die ik bijwoonde een gedeelte uit het Bijbelboek Handelingen. ‘(…) Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden.

Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidden hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.’ Handelingen 2:44-47

Ik stelde een aantal vragen waar we met elkaar antwoorden op formuleerden.

Wat vind je mooi in dit stukje? ‘De trouw en eensgezindheid’, ‘dat ze met elkaar de maaltijd gebruikten’, ‘de eenvoud en de vreugde’. ‘Ze bleven bij elkaar’.

Wat is belangrijk? Waar gaat het om? ‘Het gaat om het geloof’, ‘ja, of juist om de trouw en het samen-zijn…’

En wanneer gaat het in dit gedeelte over onze gemeente? ‘Ik vind onze gemeente warm en betrokken, je voelt je er echt thuis en dat proef ik in dit stukje ook.’ Een ander reageerde: ‘wij hebben ook veel plezier met elkaar.’ ‘Wij verdelen onze bezittingen niet… zouden we meer oog moeten hebben voor elkaar, voor elkaars noden?’

Zo voerden we een zinnig gesprek over gemeente-zijn, geïnspireerd door het voorbeeld van de eerste gemeente. Een gesprek dat we dit jaar graag blijven voeren met elkaar.

Ds Marije Karrema